30 juni 2026 – De VVEM heeft dinsdag 30 juni een brief gestuurd aan de voorzitter en leden van het Veiligheidsberaad met betrekking tot bovenstaande. De specifieke aanleiding is de uiteenlopende en ogenschijnlijk willekeurige manier waarop overheden besluiten hebben genomen over evenementen in de periode 26 tot en met 28 juni 2026.
Wij constateren dat min of meer identieke weersomstandigheden in verschillende veiligheidsregio’s hebben geleid tot significant verschillende besluiten door vergunningsverleners. Voor organisatoren was het afgelopen weekend onvoldoende duidelijk wat de exacte criteria waren waardoor zij al dan niet hun evenement konden continueren. We hebben in de brief gevraagd om een landelijke evaluatie, maar bovenal met het oog op de toekomst meer uniformiteit tussen veiligheidsregio’s, transparante beoordelingskaders en een risicogerichte benadering waarbij niet uitsluitend de KNMI-weercode bepalend is.
De volledige brief:
Geachte voorzitter, geachte leden,
Namens de Vereniging van Evenementenmakers (VVEM) willen wij onze zorgen uitspreken over de wijze waarop in het weekend van 26 tot en met 28 juni 2026 besluiten zijn genomen over het al dan niet doorgaan van evenementen tijdens de periode van warmte en de door het KNMI afgegeven weerwaarschuwingen.
Vooropgesteld: de VVEM erkent volledig dat burgemeesters, veiligheidsregio’s en hulpdiensten onder uitzonderlijke omstandigheden moeilijke afwegingen moeten maken. Veiligheid van bezoekers, medewerkers, vrijwilligers en omwonenden staat ook voor onze sector altijd op de eerste plaats. Organisatoren investeren jaarlijks aanzienlijke middelen in veiligheidsmanagement, calamiteitenplannen, medische voorzieningen en weerscenario’s om risico’s beheersbaar te houden. Ook binnen de professionele evenementenveiligheid wordt uitgegaan van een risicogerichte benadering waarbij weersomstandigheden voortdurend worden gemonitord en maatregelen vooraf worden voorbereid.
Juist daarom kijken wij met zorg terug op de gebeurtenissen van afgelopen weekend.
Wat ons opvalt is dat vergelijkbare omstandigheden in verschillende regio’s hebben geleid tot sterk uiteenlopende besluiten en adviezen, terwijl voor organisatoren, bezoekers en leveranciers nauwelijks inzichtelijk was welke criteria daarbij doorslaggevend waren.
Enkele voorbeelden illustreren dit:
In de regio Rotterdam-Rijnmond werden meerdere evenementen afgelast op basis van een Code Oranje-waarschuwing en een advies van de Veiligheidsregio dat wees op mogelijke extra druk op de zorgketen en beperkte beschikbaarheid van ambulancezorg en ziekenhuiscapaciteit.
Tegelijkertijd konden in andere gebieden waar eveneens Code Oranje van kracht was grote evenementen, waaronder Concert at SEA, doorgang vinden met aanvullende hittemaatregelen.
In delen van Gelderland en Limburg, waar Code Rood gold, gingen festivals zoals Lago Lago en Jera On Air door met uitgebreide maatregelen voor bezoekers en medewerkers.
Daartegenover stonden evenementen als Defqon.1 in Biddinghuizen, Spoorpark LIVE in Tilburg en Bij Ons in Brabant in Eindhoven, die werden afgelast of verplaatst.
Wij begrijpen dat lokale omstandigheden kunnen verschillen. Toch roept deze grote variatie vragen op over de consistentie van de besluitvorming. Voor organisatoren is het moeilijk uit te leggen dat een evenement aan de ene kant van het land doorgang mag vinden, terwijl een vergelijkbaar evenement elders wordt verboden, terwijl de KNMI-waarschuwing identiek is en veelal vergelijkbare risicobeheersmaatregelen beschikbaar zijn.
De gebeurtenissen van afgelopen weekend roepen de vraag op of KNMI-weercodes door sommige overheden feitelijk worden gebruikt als een de facto verbodsinstrument voor evenementen. Dat achten wij een onwenselijke ontwikkeling. Een weercode geeft informatie over het weer; zij zegt op zichzelf niets over de vraag of een individueel evenement veilig georganiseerd kan worden. Die afweging dient plaats te vinden op basis van een objectieve risicoanalyse en niet uitsluitend op basis van de kleur van een waarschuwing. Een stelsel waarin identieke weersomstandigheden in de ene regio leiden tot een verbod en in een andere regio tot doorgang van vergelijkbare evenementen, is voor organisatoren, bezoekers en bestuurders moeilijk uitlegbaar en ondermijnt het vertrouwen in een consistente en proportionele besluitvorming.
Daarnaast maken wij ons zorgen over de toenemende rol van factoren zoals mogelijke druk op de reguliere zorgcapaciteit. Uiteraard is beschikbaarheid van zorg een relevante factor, maar wanneer deze factor doorslaggevend wordt zonder vooraf vastgestelde en transparante beoordelingscriteria ontstaat een situatie waarin organisatoren vooraf niet kunnen beoordelen aan welke voorwaarden zij moeten voldoen om een evenement verantwoord te kunnen organiseren.
In dat kader merken wij tevens op dat in andere Europese landen, met name in Zuid-Europa waar gedurende langere periodes sprake is van hoge temperaturen, evenementen veelal doorgang vinden. Daar wordt eveneens gewerkt met hitteprotocollen, aanvullende maatregelen en risicobeoordelingen, zonder dat hitte op zichzelf automatisch leidt tot afgelasting. Dit onderstreept dat ook onder warme omstandigheden evenementen verantwoord kunnen worden georganiseerd, mits er sprake is van duidelijke kaders en proportionele maatregelen.
Wij zien hierin een risico voor de rechtszekerheid, voorspelbaarheid en uitvoerbaarheid van evenementenvergunningen. Organisatoren investeren maanden tot soms jaren in voorbereiding. Besluiten die kort voor aanvang worden genomen moeten daarom gebaseerd zijn op heldere, objectieve en zoveel mogelijk landelijk afgestemde criteria.
De VVEM pleit daarom voor:
- – Een landelijke evaluatie van de besluitvorming rondom het weekend van 26 tot en met 28 juni 2026, waarbij nadrukkelijk wordt gekeken naar de verschillen in regionale toepassing. Daarbij hechten wij aan spoed: de verwachting is dat zich reeds in de maand juli opnieuw een periode van (extreme) hitte kan aandienen. Het is daarom van belang om de geleerde lessen zo snel mogelijk te vertalen naar duidelijker beleid en uitvoerbare richtlijnen.
- – Meer uniformiteit tussen veiligheidsregio’s bij de toepassing van KNMI-weercodes voor de advisering richting de vergunningverlener van evenementen.
- – Transparante beoordelingskaders waarin duidelijk wordt vastgelegd welke factoren kunnen leiden tot aanvullende maatregelen, beperking of afgelasting.
- – Een risicogerichte benadering, waarbij niet de kleur van de weercode op zichzelf bepalend is, maar de daadwerkelijke risico’s van een specifiek evenement en de getroffen maatregelen.
- – Structurele afstemming tussen overheid, veiligheidsregio’s en de evenementensector, zodat vooraf gezamenlijk kan worden vastgesteld hoe met toekomstige extreme weerssituaties wordt omgegaan. In dat kader vraagt de VVEM nadrukkelijk om indien mogelijk tijdig betrokken te worden bij de verdere ontwikkeling van het weercodesysteem. Voor zover bekend wordt gewerkt aan aanpassingen of een andere systematiek; wij achten het van groot belang om gezamenlijk te verkennen wat de effecten daarvan zijn voor evenementen en hoe dit in de praktijk uitwerkt.
De behoefte aan uniforme en voorspelbare besluitvorming sluit aan bij de uitgangspunten die ook binnen de professionele evenementenveiligheid worden gehanteerd: risico’s dienen te worden beoordeeld op basis van vooraf vastgestelde criteria, actuele informatie en een gezamenlijk situationeel beeld.
De VVEM vindt het van belang om gezamenlijk te komen tot een landelijk gedragen kader waarin veiligheid, proportionaliteit, bestuurlijke uitlegbaarheid en rechtszekerheid hand in hand gaan.
De VVEM is vanzelfsprekend bereid om haar ervaringen en expertise vanuit de praktijk in een evaluatie of vervolgoverleg in te brengen.
Wij zien uw reactie met belangstelling tegemoet.
Met vriendelijke groet,
De Vereniging van Evenementenmakers (VVEM)